De rondreis door het noordwesten van Syrie begint in Homs waar de hotels die mij aanstaan alleen nog tweepersoonskamers hebben. In tegenstelling tot andere hotels moet hier voor beide bedden worden betaald, maar gaat de prijs iets omlaag als ik beloof maar één bed te gebruiken[...]. Nu het verblijf financieel aantrekkelijker wordt, blijf ik twee nachten en bezoek vanaf Homs het Qala'at al Hosn, beter bekend als Krak des Chevaliers. Krak des Chevaliers is een van de kruisvaarderskastelen en wordt omschreven alsof het iedere fantasie over kastelen en kruisridders te boven gaat. Dat beeld wordt helaas grotendeels teniet gedaan door de grote posters van de Syrische telecom, dat het driedaagse theater/dans festival in het kasteel sponsort.
Van de Orontes vallei naar de kust. Tartous, ongeveer 50 km ten noorden van Libanon, is de tweede havenstad van Syrie. Aan het einde van de boulevard geven grote borden een 'artist
impression' van een moderne havenstad en volgens de borden zal Tartous een hele grote metamorfose ondergaan. Vooralsnog heeft de stad weinig aan toeristen en reizigers te bieden. Met een watertaxi bezoek ik Arwad; een eiland vier kilometer uit de kust waar mannen hard werken aan de raamwerken van houten boten en vissersschepen. Ik informeer naar de prijzen voor verschillende afmetingen en op maat gemaakte sloepen en eindig de dag tussen Arabische families op het terras van een visrestaurant met verschillende mezze en gegrilde barracuda.
Reizend langs de kust bezoek ik het kruisvaarderskasteel Qala'at Marqab, ga verder naar Latakia en bezoek Qala'at Salah ad-Din.
Bij mijn vorige bezoek aan Latakia had ik gezegd terug te zijn in september en krijg bij
binnenkomst in het hotel dan ook direct de groeten van eerder ontmoette reizigers. De kleine wereld van 'Midden-Oosten reizigers'.
Voor de tweede keer maak ik de mooie treinreis van Latakia naar Aleppo. Ik zorg dat ik aan de andere kant van het gangpad zit voor een nieuw uitzicht en reis in drie en een half uur naar Aleppo. Een aantal mensen uit Damascus hadden verteld de mensen in Aleppo raar en niet leuk te vinden. Een bijzondere generalisatie en ervan uitgaande dat men in Aleppo hetzelfde zegt over Damascus, probeer ik mij te laten verrassen door de stad. De eerste twee uur van mijn verblijf in Aleppo wordt een boek uit mijn handen getrokken, slaat een man met zijn wandelstok, dringt een ander zich op om een discussie te beginnen over de hogere kosmos, spreek ik jongens van 24 die muziek van Celine Dion en Britney Spears helemaal te gek vinden en moet ik heel erg wennen aan de sfeer in de stad.
Vanuit Aleppo bezoek ik de dode stad Serjilla. Een dagtocht die begint met een lange en een korte busrit. De chauffeur biedt mij aan voor tien euro te brengen, maar ik zeg die 9 km te kunnen lopen. Een ongelovige blik en een glimlach als ik wijs op een nieuwe fles water en sterke benen. Niet van plan om op het heetst van de dag tien kilometer te gaan lopen met slechts anderhalve liter water, wacht ik enkele honderden meters verderop in de schaduw op een lift. Achterop een motor naar een verlaten t-splitsing en met veel geluk een tweede lift naar Serjilla.
De setting van de eeuwenoude stad tussen de vele olijfbomen is mooi, maar de dag is al meer dan geslaagd door de reis en het theedrinken en eten van verse pistache met de 16-jarige bewaker/kassier.
Ik ben de enige bezoeker. De eerste van vandaag en waarschijnlijk ook de laatste. Dankbaar maak ik gebruik
van het aanbod mij met de motor terug te brengen naar de dichtstbijzijnde stad voor een minibus richting Aleppo. De bewaker van zestien rijdt, zijn broertje van tien zit in het midden, en ik, uitkijkend over allebei, zit achterop. Dit was een foto waard geweest! Op een avondwandeling door Aleppo passeer ik het 'Baron Hotel'. Een hotel met historie waar rijke en bekende personen (Charles Lindbergh, Theodore Roosevelt, Agatha Christie en Thomas Edward Lawrence) het gastenboek hebben getekend. Iets boven mijn budget voor een overnachting, neem ik genoegen met de bar links van de receptie. Ongeveer 30 m2 groot, een hoog plafond, zes barkrukken, acht leren fauteuils, halfvolle drankflessen achter de bar, geimporteerd bier uit Egypte en slechts een paar gasten. Ik had een meer inspirerende omgeving voorgesteld. Maar als Agatha Christie hier een begin maakt aan 'Murder on the
Orient Express' moet ik hier op zijn minst een begin kunnen maken aan een nieuw artikel in mijn blog.
Na vijf nachten in Aleppo reis ik weer zuidelijk. Een tussenstop in Hama en opnieuw naar Damascus. Hetzelde hotel, dezelfde kamer en hetzelfde bed. Zo langzamerhand mijn huis in Damascus.
De vastenmaand Ramadan is begonnen en ik ontmoet reizigers die met sigaret en flessen water in de hand vertellen ook aan het vasten te zijn[...]. Voor mij is het inmiddels een gewoonte geworden om direct na het avondeten mijn ontbijt te kopen in de supermarkt en informeer in het hotel hoe de eerste
week vasten is gegaan. De eerste dag was moeilijk en daarna valt het best mee, zo wordt verteld. Ik vraag nog of er niet stiekum op het toilet een boterham wordt gegeten, en hoor een overtuigend 'nee'. Maar, wordt er eerlijk aan toegevoegd: "het is deze week wel twee keer overkomen dat het even werd vergeten, alleen dat is niet erg". Ik noem nog dat ik overdag een redelijk aantal mensen zie eten of drinken, maar hoor dat dat geen of geen echte moslims zijn. Vragen en bevestigend herhaal ik:"geen 'echte' moslims?!" Ik vraag niet verder want ik heb grote trek in een falafel of shwarma.
De volgende morgen ga ik langs bij de Iraanse ambassade. Inmiddels is het drie weken na mijn visumaanvraag en heb ik mijn terugkomst in Damascus
afgestemd op de treinreis Damascus-Teheran. Als donderslag bij heldere hemel wordt verteld dat Teheran mijn aanvraag heeft afgewezen. Ik stamel een 'why' en vraag om uitleg maar het helpt niets. Een reden wordt nooit gegeven en een tweede aanvraag is niet mogelijk. Althans niet meer vanuit Syrie. De beambte achter het glazen loket biedt zijn excuses aan en adviseert mijn aanvraag in ander land te proberen.
In twee minuten een streep door mijn voorgenomen reisplan. Ik haal mijn kleren op bij de wasserette, loop nog éénmaal door de straten van de oude stad, een laatste bezoek aan de Arabische barbier en zit nog één keer aan tafel voor een uitgebreid mezze menu onder de simultane oproep tot gebed van vele muezzin.
Het populaire imago en de aantrekkingskracht op toeristen heeft helaas ook zijn negatieve effecten op Istanbul. Meningsverschillen en woordenwisselingen de gehele week en met veel zin en frisse moed vertrek ik de 27e naar Ankara. Het plan is een korte stop in Capadocia en op donderdag verder met de trein naar Damascus. Niet goed op de kaart gekeken hoor ik dat de spoorlijn naar Syrie 200 km ten westen van Ankara afsplitst. Ik moet terugreizen om de enige trein per week te halen en sla het bezoek aan het openluchtmuseum in Capadocia over. Twee dagen in Ankara zie ik hoe men de Turkse historie tentoonstelt in de musea en bezoek tijdens de herdachte Turkse victorie het mausoluem van Mustafa Kemal Ataturk.
Een trein brengt mij laat in de middag met enige
vertraging naar Eskisehir. Aankomst om 22.30 uur en gelukkig nog één loket geopend. Alle medewerkers zijn nog aanwezig en ik spreek er velen. Niemand heeft namelijk van een treinverbinding met Damascus gehoord. Nu klopt er meer niet in een reisgids, maar zowel die van Turkije als die van Syrie schrijft over een treinverbinding en op het station van Aleppo heb ik een vertrekschema zien hangen. Als er treinen rijden van Syrie naar Turkije moet dat haast ook in omgekeerde richting zijn. Op al mijn vragen noemt men dat vanaf hier alleen de Asian-express naar Teheran vertrekt. Wijzend op de kaart van Syrie en Damascus als bestemming tikt de tijd voorbij. Een heldere ingeving om de Arabische naam voor Damascus te noemen haalt alle miscommunicatie uit de lucht. Er wordt druk
getelefoneerd met de centrale want de trein is waarschijnlijk volgeboekt. Met de telefoon nog in de hand steekt de man achter het loket zijn duim omhoog en wordt niet veel later mijn treinbiljet van drie coupons met de hand geschreven. Inmiddes kwart over elf, nog 36 graden, en nog geen hotel. Het geeft allemaal niets, ik heb mijn treinkaart om 'Mit dem Sonderzug auf der Bagdadbahn von Istanbul Nach Damaskus' te reizen.
Volgens schema is de reis van Istanbul naar Aleppo 30 uur. Met 9 uur vertraging rijdt de trein het moderne station van Aleppo binnen en is de directe aansluiting op de locomotief voor Damascus gemist. Een vertraging die mij heel goed uitkomt. Als enige reiziger het kaartje aan een willekeurig loket gekocht en niet de website van de Turkse spoorwegen geraadpleegt. Zodoende niet wetend dat er geen restauratie was op deze trein. Na een appel en een broodje van een andere reiziger en twee mini-komkommers, één tomaat en een blik sardientjes van de conducteur kan ik alles wat eetbaar is nu erg waarderen en neem plaats op het terras van het eerste restaurant dat ik zie.
Middernacht de volgende slaaptrein naar Damascus en vroeg in de morgen verreisd en misselijk aangekomen in de Syrische hoofdstad. Een warm welkom in het hotel waar ik zo langzamerhand een van de langst verblijvende gasten ben. De eerste dagen heb ik het echter druk met mijzelf. Ziek
zijn en deze hitte zijn de perfecte omstandigheden waar ik een afgetrainde look van krijg. Een look die opvalt bij een producer van reclamefilms en tv-series ("you, very nice and beautiful face mister!") en de vraag of ik niet wil figureren. Ik zeg oké maar geef aan niet de hele dag in het hotel te wachten en volgende week rond te reizen door Syrie. Er wordt nog getelefoneerd maar voorlopig ben ik geen ster op de Arabische tv.
Inmiddels tien dagen in Damascus. Opnieuw dwalend door de straten van de oude stad en de moderne wijk. Veel is nog hetzelfde en iedereen is nog even vriendelijk, maar de strijd tussen het Israelische leger en Hezbollah in Libanon heeft ook het straatbeeld in Syrie veranderd. Desondanks heeft de hoofdstad (en de rest van het land) een aantrekkingskracht die moeilijk te omschrijven is en waar het lastig is afscheid van te
nemen. Bij het volledig invullen van ontbrekende gegevens op mijn entry/exit card for Arabs & Foreigners zie ik dat op de achterkant een welkomstwoord staat geschreven van het Ministry of Interior. "Dear visitor, You are welcome to your country Syria". Ik check de data van een festival op de de website van het Ministerie van toerisme. De website opent met "Every person has two homelands his own and Syria". En op de reizigersencyclopedie Wikitravel is Syrie de bestemming van de maand. Ja, nu wordt het duidelijk.
Ik bespreek met een privédocent Arabisch de mogelijkheden om les te gaan geven. Door aanhoudende hitte en mijn voorgenomen reisplan zie ik ervan af. Ik doe een visumaanvraag op de Iraanse ambassade, spreek af met eerder ontmoette internationale vrienden, ga winkelen in de souq, stuur een groot postpakket naar huis en begin aan mijn rondreis door Syrie.
Een extra dag in Dogubayazit. Voor het gemak de slaapzak uit de rugtas gelaten om ook door de paarden naar beneden te laten vervoeren maar bij het inpakken op de verkeerde stapel gelegd. De slaapzak ligt nog halverwege de berg en ik moet wachten. Ik sms de klimmers uit Utrecht om die avond samen te eten en opnieuw mooie verhalen te horen en vertellen over de afgelopen vijf dagen.
Dogubayazit - Erzurum. Een busrit van enkele uren naar het skigebied van Turkije. Nog geen sneeuw op de pistes, mar de aanduidingen van hotels, skischolen en teleferique zijn niet te missen. De bus zet mij af in Erzurum en een taxi rijdt mij weg van de hoofdweg naar het centrum. Weinig toeristen maar aan hotels geen gebrek. Ik verblijf in een hotelkamer om claustrofobisch van te
worden. Op het bed gaan staan om de deur dicht te doen.... Aan de hotels te zien val ik met zekere regelmaat in de low-budgetklasse maar zo dineer ik 's avonds in de aanbevolen restaurants. Güzelyurt Restorant evenaart precies de sfeer zoals in de gids staat omschreven. Een Turkse mezze vooraf, oriëntaalse salade en de specialiteit van het huis; mantarli güveç. Een stoofpot van lamsvlees, tomaten, rode peper, ui, champignons en kaas. Een heerlijke maaltijd compleet met Raki.
Ik check de omlijnde tekst uit de LonelyPlanet over versnelde visumaanvragen op het Iraans consulaat. Nederlanders schijnen in Erzurum binnen een uur een visum te kunnen regelen voor Iran. Bijzonder want bij de ambassade in Ankara en in andere landen is de wachttijd minimaal twee weken. Gechecked, de eigen reisgids bijgewerkt en aan het einde van de ochtend naar Yusufeli. 
Een overvolle bus met kleine krukjes in het gangpad. Iedere beschikbare plaats wordt gebruikt voor het vervoer van iets of iemand. Een busrit door de mooie natuur van het noordoosten van Turkije.
Na één overnachting verruil ik de boomhut in Yusufeli voor een chalet hoog in de bergen van Barhal. Nog steeds in de groene omgeving van het Kaçkar gebergte zijn dit de plaatsen om na de beklimming van de Mt. Ararat te relaxen of een mooie trektocht te maken.
Vooral nu het nog kan. Door werkzaamheden aan een grote stuwdam bij Artvin zal Yusufeli en omgeving onder water komen te staan. Inwoners van Yusufeli zullen hoger in de bergen moeten gaan wonen maar er is gegarandeerd dat historiche Georgische kerken niet onder water komen te staan. Duidelijk is te zien dat deze plannen de toeristische ontwikkelingen geen goed doen en dat inwoners niet precies weten van hoe en wat.
Vanuit Barhal vertrekt alleen 's ochtends om 06.00 uur of aan het eind van de middag een bus terug naar Yusufeli. Een Frans stel met een huurauto heeft gelukkig nog een plaats voor mij tussen hun bagage en brengt mij terug naar Yusufeli.
Via Artvin, waar hard gewerkt wordt aan de gigantische stuwdam tussen twee bergen, stap ik over op de bus naar Hopa.
Zittend naast een barman uit Antalya rijdt de luxe touringcar door de mistige bergen met theeplantages naar de meest oostelijke havenstad aan de Zwarte Zee. Geinteresseerd wordt gevraagd welke plaatsen en steden ik heb bezocht. Verontschuldigend voor het niet bezoeken van Bodrum, Marmaris en Alanya laat ik voor het gemak mijn ingetekende route zien op de kaart van Turkije. Grote ogen bij het zien van de met pen ingekleurde wegen door het zuidoosten van Turkije. Een gevaarlijk gebied waar hij liever niet komt. Een uitleg komt niet want, zo zegt hij, ik zal het allemaal niet begrijpen. Een uitgelezen kans om te zeggen dat ik inderdaad niet begrijp waarom alleen de bergen in het zuidoosten van
Turkije grote opschriften in kalk hebben onder geschilderde Turkse vlaggen en de vraag wat er nu precies staat. Geen zin om te praten breng ik het onderwerp terug op 'koetjes en kalfjes', slaap het eerste anderhalf uur van de busrit en lees het een en ander over de geschiedenis van het Ottomaanse Rijk.
Hopa heeft iets van een verlaten industriestad. Grauw, veel grensverkeer met Georgie, een opvallend aantal Oost-Europese straatprostituees en geen enkele toerist. Desondanks is een hotel vinden niet heel gemakkelijk. Er zijn er genoeg maar veel is volgeboekt en ik vraag mij af door wie. Die vraag wordt snel beantwoord als ik een hotel probeer boven mijn budget. De man achter de receptie maakt een gebaar met twee handen onder zijn hoofd en vraagt of ik kom om te slapen.
Mijn vermoeden dat hier veel meer gebeurd dan slapen is bevestigd en ik zoek nog even verder. Ik eindig mijn zoektocht in een hotel met een redelijk goed Engels sprekende eigenaar. Ik vraag het een en ander over de buurt en de stad, informeer naar een betere prijs voor de overnachting en geef hem uiteindelijk het voordeel van de twijfel. Vol trots laat hij de hotelkamer zien. De kamer stelt helemaal niets voor en ik inspecteer alles grondig. De lakens zijn schoon maar direct wordt gevraagd of ik nieuwe wil of een andere kleur. Ach, waarom niet. "Doe maar nieuwe en wit is oke hoor!"
Niet veel later is de kamer vergeven van de waspoederlucht en ik vertrek voor een wandeling door de stad. Ik kom terug in het hotel voor een 'hospitality tea', praat over mijn reis door Turkije, de grensovergang met Georgië voor de volgende dag en het achterlaten van bagage in het hotel. Na twee thee excuseert de eigenaar zich met een "I go to change" en hoor ik mijzelf nog zeggen:
"Take your time. I'm starving, so I go to look for a nice place to eat. See you tonight. Goodbye".
Tegen half elf kom ik terug. De eigenaar, nog steeds even vriendelijk, leunt tegen een auto en de desillusie begint te komen. Ik open de deur van de hotellobby en daar zitten drie forse vrouwen gekleed in legging en te kleine shirts, blond getoupeerd haar en felroze lipstick. Zonder dat ik wordt lastig gevallen stap ik met een opgetrokken wenkbrauw het trappenhuis in en passeer halverwege een oude man met zijn onderbroek achterstevoren. Dit kan toch niet gekker!?
Als enige gast op de derde verdieping en starend over de Zwarte Zee, overdenk ik om te vertrekken. Niet precies wetend waar naartoe en gebrand op een goede nachtrust voor de komende grensovergang, blijf ik. Na overnachtingen in kloosters, een boomhut, chalet, luxe, primitieve, kleine en riante hotelkamers kan dit er ook nog wel bij. Desondanks wordt dit een eerste overnachting met kleren aan.
Vroeg in de ochtend naar de grens Turkije-Georgië. "Where are you from?" Na een beleefd antwoord: "The Netherlands" is de sfeer meteen goed. Waar een Nederlandse first lady in Georgië al niet goed voor is. Maar dan begint de verwarring en wordt het ingewikkelder. Op vragen "Where are you going to? Batumi or Tblisi?" probeer ik netjes en eerlijk mijn bestemming duidelijk te maken met een: "No, I'm on my way to Istanbul". De verwarring is begrijpelijk maar ik ga alleen naar Georgië voor een Coca Cola met Georgisch opschrift en terug naar Turkije voor een nieuw visum. Zo ga ik om 8.30 uur Georgië in en om 10.30 uur Georgië weer uit.
Ik ontmoet een Amerikaan die ook de 23e in Istanbul wil zijn en samen reizen we de volgende dagen langs de steden aan de Zwarte Zee. De theetuinen van Rize het Sumela klooster in de buurt van Trabzon en de Ottomaanse architectuur van Amasya, zuidelijk van Samsun. Ik zie het allemaal opweg naar de culturele hoofdstad. Istanbul; het knooppunt tussen Europa en Azië met treinen naar
Budapest en Teheran. Traditioneel en modern, conservatief en vooruitstrevend, westers en een orientaalse sfeer.
Een goed hotel in een mooie en niet-toeristische buurt aan de Europese kant van Istanbul. Een uur wandelen van het toeristische centrum en veel restaurants en koffiehuizen om de hoek.
Het adres voor het bruiloftsfeest is niet compleet en telefoonnummers zijn buiten gebruik. Nu het feest (voor mij) niet doorgaat probeer ik in een week alles te zien in Istanbul. De mooie en uitgebreide boekwinkels, geurige en kleurige bazaars, koffiehuizen en restaurants, het Topkapi paleis, Aya Sofia, de Blauwe moskee en de ferrytochten over de Bosporus.
Zaterdag 5 augustus
'Bring your favorite candy and chocolate bars' stond in het laatst ontvangen emailbericht van de Turkse outdoorspecialist 'Explorer'. Met een tas vol snickers, twee rollen volkorenbiscuit en wat fruit voor de dag zelf ben ik klaar met inkopen. Een motorfiets met provosorische zijspan brengt mij van het centrum van Doğubayazit naar het Golden Hill hotel vlak buiten de stad. Het meest primitieve vervoer zet mij af voor de deur van het meest luxe hotel van de stad.
Atilla, 's winters ceramisch artiest in Ankara en 's zomers gids/campcook, wijst mijn kamer, vertelt in zeer gebrekkig Engels wanneer de rest van de groep komt en dat ik om 20.00 uur kan aanschuiven voor het diner. Mijn paspoort wordt ingenomen voor het maken van verschillende kopieen en ik
verplaats mijzelf tussen de hotellobby en het kleine kamertje van mijn hotelappartement. De maagklachten zijn nog niet over en ik vrees dat de beklimming zo een extra grote uitdaging gaat worden.
Tegen achten arriveert de rest van de groep. Vier mannen en een vrouw uit Ankara, een man uit Istanbul en de tweede Turkse gids. 'Hoşgeldiniz' (=welkom) zegt Atilla en doet een introductie van wat te wachten staat, hoe het dagschema eruit zal zien en wat men vooral niet moet vergeten. Tot laat in
de avond drink ik koffie met de andere klimmers en ga volledig op in een groep waarvan er slechts één heel goed Engels spreekt.Zondag 6 augustusHalf acht ontbijt en om acht uur naar de supermarkt voor de laatste inkopen. Met een afgeladen bus langs een commando post voor het achterlaten van kopieen van de identieitsbewijzen en richting de voet van de berg totdat de weg ophoudt. Op circa 2.000 meter is het begin van de trekking. Na het onweer en hevige regen van afgelopen week is er een blauwe hemel met stralende zon en een
goede weervoorspelling voor de komende dagen. Tenten, grote koelboxen, tafels, een ligstoel en een gitaar (!) en bagage die je onderweg niet nodig zult hebben, alles wordt door paarden naar de verschillende kampen op de berg gebracht. Behalve mijn bagage. Omdat ik slechts één rugtas heb, draag ik(behalve de klimspullen) alles zelf.
In een langzaam maar erg aangenaam tempo met verschillende rustpauzes, wandelen wij over een langgerekt pad in ruim vier uur naar kamp 1 op 3.000 meter. De tafels zijn al half gedekt, tenten
staan klaar en de thee is gezet.Maandag 7 augustusZeven uur 's ochtends een uitgebreid ontbijt en om half negen vertrek voor een acclimatisatie naar 4.200 meter. Een stenig pad stijler omhoog en een kort verblijf in kamp 2 alvorens aan de terugweg te beginnen. Een wandeldag van ongeveer acht uur en een zware training voor de knieen. Men adviseerd dagelijks een aspirine te slikken. Dat schijnt het bloed makkelijk te doen stromen door de aderen. De brandende zon, fysieke inspanning, opperste concentratie en de ijle lucht zijn echter een
goede combinatie voor een flinke hoofdpijn. Bij terugkomst in kamp 1 gaan dan ook direct de schoenen uit voor een korte namiddagrust in de tent. Erg kort, want ik wordt al geroepen; 'Frank, two people from Holland here!' Een stel uit Utrecht dat allebei 25 kg. aan uitrusting de berg opsjouwt. In alles voorzien maar zonder gids en formele toestemming voor de bergbeklimming worden de twee met Turkse gastvrijheid in de groep opgenomen en vertrekken de volgende dag ook naar kamp 2.
Dinsdag 8 augustus
7.30 uur op. Kamp afgebroken en om 8.30 uur op weg
naar kamp 2. Een rustig tempo en om 13.00 op 4.200 meter. De gids dringt aan nog 30 minuten te stijgen voor een gewenning aan de hoogte. Kamp 2 is een stenig veld op de berg met vlakke delen voor de tenten. Er heerst geen chaos die je in basiskampen zou verwachten, maar dat hangt waarschijnlijk samen met de te nemen moeite om de berg te mogen/kunnen beklimmen. Kamp 2 is daarentegen ook geen plaats om heel lang te blijven om tot rust te komen. Onder iedere steen die je optilt vind je de sanitaire verrassing van een andere bergsporter. En
stenen heb je nodig voor het vastzetten van scheerlijnen en tentharingen tegen de harde wind in de avonden.
Conditie: spraakvermogen is goed, niet misselijk, buikkramp is over en genoeg hoofdpijn voor twee aspirines.
Weersvoorspelling voor de nacht: heldere hemel, geen kans op storm of regen en volle maan.
Woensdag 9 augustus
02.00 uur op. Een slechte nachtrust. Licht geslapen en een diepe hardslag. Geen eetlust, maar tegen heug
en meug eet ik een snicker en drink 3 koppen thee. Nog een paracetamol en vertrek om 03.00 uur.
Laag over laag in de thermokleding, muts en sneeuwbroek en bij het opgaan van het sneeuwveld shawl, handschoenen en regenjack aan.
De laatste 250 meter stijgen met stijgijzers en pickel. Op 2 meter van de top met de gehele groep op één rij en hand in hand de laatste meters. De top van de Mt. Ararat (5.165 meter) om 8.30 uur. Omhelzingen, felicitaties en met vlaggen op de foto. Velen bellen naar huis [...] en 20 minuten later beginnen we aan de afdaling.
12.30 uur terug in kamp 2. Een welkom met thee,
koffie en taart. In een roes van blijdschap en trots kijk ik de rest van de dag zittend op een steen naar de besneeuwde top van deze bijzondere berg. De Ark van Noack is trouwens niet gezien.
Donderdag 10 augustus
07.30 uur op. 08.15 uur vertrek en vier uur later terug op 2.000 meter.
Terug in het hotel stap ik met kleren aan onder de douche. Alles is vies en stoffig.
Opgefrist en enkele uren later vertrek ik met de groep naar een restaurant i
n de stad. Een begin van een gezellige avond die eindigt op het dak van het hotel. Speeches en sterke verhalen. Aan elkaar en over elkaar.
Vrijdag 11 augustus
Ze weten niet wat ze zien. Iedereen vertrekt om 06.00 uur richting het vliegveld van Van en ik sta in de lobby van het hotel om uit te zwaaien. Een bijzondere groep met een fantastiche organisatie is één van de hoogtepunten in de reis geworden.

Gedurende de beklimming vond in het Golden Hill Hotel het 'World Champion Chess under 16' plaats. Een vlag van de Turkse Schaak Federatie is meegenomen naar de top van de Mt. Ararat voor een speciale fotoshoot. Voor foto's klik hier.
Vanuit Latakia in acht terug naar Deir ez Zur. De temperatuur is onaangenamer dan één week geleden. De elektronische aanduiding op het plein geeft middernacht nog 40 graden aan en de wind blaast als een fohn door de straten. Na een dag reis ik dan ook verder naar de Syrische grensplaats Qamishle. De trein vertrekt vanaf het goederenstation en de conducteur maakt met veel handgebaren duidelijk dat ik 2e klas aan het reizen ben en dat ik mijn bagage en mijzelf naar de 1e klas moet verplaatsen. Dat staat immers op mijn vervoerbewijs.
De treinreis door het oosten van Syrië gaat door een woestijn van zand en stenige vlaktes met hier en daar een telefoonpaal zonder kabels.
Na veel vertraging bij vertrek en een reis van drie uur rijd ik het treinstation van Qamishle binnen. De grens is slechts 1 km van het centrum en kan alleen te voet worden gepasseerd. Omdat mijn
sportvisum voor Turkije slechts 1 maand geldig is en ik 'ja' heb gezegd op de uitnodiging van een Arabisch bruiloftsfeest in Istanbul, rek ik tijd in Syrië voordat ik de entreedatum van Turkije in mijn paspoort laat stempelen.
Ik slenter door de paar straten van Qamishle, een stad met veel Koerden. Een Koerdische zender op de radio en KurdTV te ontvangen in mijn hotelkamer. Op de markt spreek ik een aantal fruithandelaren. Na het gebruikelijke "what,s your name?" en "where are you from?" teken ik schematisch Nederland en de andere landen van noordwest Europa. Mijn staatkundige tekening wordt direct beantwoord met een tekening van Syrië, Turkije, Irak en Iran en de precieze grenzen van Koerdistan in deze landen[...].
Bezienswaardigheden zijn er niet, de zonneschijn is ongekend fel, geen natuurschoon en er heerst een toenemende saaiheid in de straten.
Eerder dan verwacht passeer ik 24 juli de grens.
Aan de Syrische grens is een computerstoring dat de hele standaardprocedure in het honderd doet lopen. De namen van uitreizende personen worden nu in een groot boek genoteerd en na enig oponthoud reis ik met een reislustig Nederlands echtpaar Syrië uit.
In Turkije probeert de grenspolitie nog 10 dollar te innen voor 3 entree stempels, maar beseft, bij vragende blikken, dat wij (bijna) precies weten wanneer wel en niet moet worden betaald. Nu dus niet! 
Niet eerder een grenspassage meegemaakt in deze reis waarbij verschillen tussen twee landen zo duidelijk zichtbaar zijn. Niet alleen wordt er weer een andere taal gesproken en zijn de cijfers en letters zonder enige inspanning weer leesbaar (de betekenis weliswaar onbekend) ook worden de hoofddoeken anders geknoopt, hebben de theekopjes de typisch Turkse vorm en ziet men veel mannen met wollige colberts, platte petten of gebreide mutsen en borstelige snorren. Pespi cola wordt aangeprezen door Turkse popsterren in plaats van Arabische zangeressen en de openbaarveroerbussen zijn van ongekende luxe.
Vanaf de Turkse grensplaats Nusaybin reis ik naar Dyarbakir en ga met de nachtbus naar Dogubayazit. Negen uur in een luxe bus met twee chauffeurs, twee stewards, te drinken wat je wilt,
een Turkse film en een grote fles odeklonje zodat iedereen fris blijft.
Zes uur 's ochtends arriveer ik in Dogubayazit. Een kleine stad aan de voet van de Mt. Ararat met veel (agressieve) straathonden, één winkelstraat, grote militaire bases, wachttorens op de omliggende heuvels en de Iraanse grens op 30 km afstand.
Ik wacht hier tot 5 augustus en vind snel mijn draai in de stad. Ik leer biljarten en backgammon spelen in het plaatselijke koffiehuis, zie de verschillen tussen de eerste, tweede en derde dag van een Turkse bruiloft en ontmoet een avontuurlijk Nederlands echtpaar die mij trakteren op patat met frikadel (!) Ik drink thee met vele ondernemers, raak gefascineerd door de Turkse slagerijen (waar werkelijk nog geen enkele hygiënecode is doorgedrongen) en vervloek een dag later voor het eerst de Tukse toiletten.
Op mijn weg naar het Turkse stoombad hoor ik van Duitse toeristen dat er achter het hotel een schietpartij is. De PKK wordt genoemd, maar
verder weet niemand er iets van. Niets te lezen op het internet en in mijn hotel hoor ik geen nieuws. Weliswaar is in 2004 het staakt het vuren beeindigd, volgens mij zijn de schoten de feestelijke afsluiting van de bruiloft.
Terug van de hamam blader ik in het hotel door de Turkse krant en zie de commercials op tv. Aabiedingen van mobiele telefoons en vakantiehuisjes aan de Turkse rivièra worden overal aangeprezen. Maar alle prijzen zijn in euro's. Is 'Turkije in de EU' al een feit of devalueert de Turkse Lira heel snel?
De familie regelt een taxi voor hun grenspassage en vertrekt 's ochtends om 10.00 uur weer naar Turkije. Nu de hotelkamerprijs niet meer door drie kan worden gedeeld zoek ik die middag een andere overnachtingsplek en vind uiteindelijk een gezellig hotel met een receptie met huiskamergevoel en een aantal Iraakse toeristen.
Het is een populaire plek in het centrum en omdat de eigenaar dagelijks een 'nee helaas, we zijn volgeboekt' moet verkopen, wordt na twee nachten gevraagd of ik bezwaar heb als het tweede bed in mijn kamer door een andere toerist in gebruik wordt genomen. Na overnachtingen in slaapzalen heb ik daar geen bezwaar tegen, maar informeert mijn accurate handelsgeest wel even of dan ook de andere helft wordt betaald. De reactie is adrem, maar wordt gewaardeerd. Tot op heden verhuur ik echter nog niet mijn eigen hotelkamer.
Ik ontvang mail en msn met vrienden in Damascus over de beschietingen en bombardementen in Israel en Libanon.Toeristen worden geevacueerd en een groot aantal Libanezen vlucht naar Syrie. In Latakia, 200 km ten noorden van Beiroet en 60 km ten zuiden van de Turkse grens wordt ook het nieuws op de voet gevolgd. Afgezien van de restaurants waar de televisie op MusicArabia blijft staan, volgen velen de ene na de andere exclusieve uitzending van Al Jazeera. Veel taxi's vertrekken richting de grens om Libanezen op te halen en in de stad hoor ik complottheorieën over wat zich afspeelt. Syriatel -één van de twee telecomaanbieders in Syrie, waarvan (zo wordt mij verteld) 90% van de aandelen in handen is van de neef van de president- verstuurt sms berichten. Het eerste beicht is de boodschap 'moedig' en niet veel later volgt de oproep om geld te doneren en bloed te geven.
In verschillende steden, waaronder Latakia, vinden vredige demonstraties plaats. Ik zie kinderen van een jaar of acht met posters van Hassan Nasrallah maar hoor dat alle zogenaamde 'peaceful demonstrations' worden georganiseerd door de overheid. Sommige werknemers zullen moeten gaan en er zullen mensen zijn die registreren wie wel en niet deelneemt. Waar of niet, dit soort uitspraken maken het extra interessant om de verfilmde comic 'V for Vendetta -Freedom! Forever!'- in Syrie in de bioscoop te zien. (Lonely Planet: 'The cinema programming is restricted to carefully selected Hollywood blockbusters...') Voorlopig een te verwachten film.

Langs de boulevard zie ik veel families op weg richting strand. Zittend op tuinstoelen in de laadruimte van pickup trucks. De nieuwste popmuziek luid uit de speaker of een eigen melodie van meegebrachte trommels. Men heeft plezier. Ik zie die avond een theater/ballet voorstelling in de binnentuin van het museum, ontmoet daar een manager van CMA-CGM en zit vervolgens die nacht in een havenkantoor van Latakia voor een uitleg over het logistieke proces van de containervaart.
In het hotel word ik zo langzamerhand weer één van de vaste gasten. De Iraakse bezoekers geven complimenten op mijn uitspraak van Arabische volzinnen en willen graag weten wat voor land 'Nederland' is. Klein, groen, veel water en koeien is niet genoeg. Men is meer geinteresseerd in de bevestiging van het gerucht dat mannen in Nederland met elkaar kunnen trouwen. Voor de volledigheid leg ik uit dat er naast Nederland in een nog een paar landen mannen maar ook vrouwen met elkaar kunnen trouwen. Maar, nu het onderwerp huwelijk wordt besproken, wil ik het graag nog een keer hebben over het maximum aantal vrouwen waarmee een man hier mag trouwen. De een denkt zes de ander is overtuigd van vier, maar beiden hebben er maar één. Als het even kan moet de tweede ook geen Arabische vrouw zijn. Die willen namelijk alleen maar telefoneren, koffiedrinken en praten[...].
Voor de ingang van mijn hotel ontmoet ik dagelijks de eigenaar van een klein winkeltje. De gehele week heb ik niemand in zijn winkel gezien en tref ik de man steeds zittend op een kruk, sigaretjes rokend de straat observeren. Een allervriendelijkste kerel die mij bij het horen van het 'Allah Akbar' uitnodigd om de volgende dag mee te gaan naar de moskee. Tammam = oke. Zo sta ik de volgende dag om half tien 's avonds op de tweede rij in de volle Al-Ajan moskee. De eerste minuut onwennig, maar niet veel later zeg ik als niet-gelovige mijn eigen gebed op; vrede.
Een geslaagde anderhalve maand in Damascus, maar na vijf en een halve week in de hoofdstad tijd om verder te reizen. Ik ken de kleine zijstraten, luxe wijken, het beste badhuis van de stad, Syrische jongeren die Politieke Wetenschappen […] studeren, de kapper die mij dagelijks begroet met een 'Hello Hollandman', speelgoedwinkels waar de Arabische Barbie (die hier 'Fulla' heet) wordt verkocht en 'the Journalist café/rest.' dat een gewoon restaurant is en geen plek voor kritisch denkenden.
Een zoveelste check op de Turkse ambassade. Ik mag door de hoofdingang en krijg te horen dat mijn permit/sportvisum voor de Ağrı Dağı (Mt. Ararat) in orde is. Dit keer niet met dringende Turken in de rij voor een loket van slagvast glas, die lachend vragen of ik de Ark van Noach ga zoeken, maar behulpzame beambtes die alles twee keer checken en mij een fijne reis door Turkije wensen.
Oom en neef (Ton en Anton) zijn van Istanbul naar Damascus gereisd. Op bezoek en voor een korte rondreis door Syrie. Ik laat mijn waterpijp, boeken en cd's achter in het hotel in Damascus en gedrieën reizen wij met de bus via Palmyra naar Deir ez Zur. Deir ez Zur is een stad aan de Eufraat in het oosten van Syrie waar op iedere straathoek alle denkbare geuren bij elkaar komen. Vers, rijp en rottend fruit, vlees, de geur van geslepen staal,
geschaafd hout en heel veel andersoortig afval wat op straat ligt. De volgende morgen, wanneer wij ons om 5.45 uur met een transferbus naar het treinstation begeven, vragen wij ons dan ook hardop af hoe groot het leger van schoonmakers moet zijn geweest om alle straten er in één nacht weer zo opgeruimd uit te laten zien.
De dieseltrein van Deir ez Zur naar Aleppo bestaat uit slechts twee wagons; één eerste klas en één tweede klas. Bijzonder want het reizen met de trein is meer dan comfortabel en niet duurder dan de bus. Een vervoermiddel dat weliswaar sneller en frequenter rijdt dan de trein en voorzien is van steward, maar altijd op de hoofdweg blijft. Daarentegen doorkruist de trein het land op de manier dat treinreizen zo mooi maakt en reizen wij in een stoffige eersteklascoupe langs verlaten treinstations, door zanderige vlaktes en zien een enkele keer de Eufraat die enkele kilometers van het spoor ligt.
Na een overstap in Aleppo reizen we verder met de trein naar de kust. Een reis door de bergen en na 3,5 rijden we het station van Latakia binnen. Een stad aan de Middellandse Zee met een overwegend Soennitische en Alawitische bevolking, en waar invloeden van de haven zichtbaar zijn. Jongeren rijden rondjes in dure 'gepimpte' auto's of hangen op straat en showen elkaar hun zonnebrillen van RayBan en D&G. Latakia is redelijk westers en een aangename plaats om te ontspannen, lezen, e-mailen en bloggen. In deze stad geen verbazing meer over vrouwen met niqaab die veel moeite doen om van een ijsje te genieten, maar Arabieren in korte broeken, zomers geklede vrouwen en billboards met de aankondiging van bodybuild wedstrijden en de Miss Latakia verkiezing. De enige die hier weer vreemd van opkijkt ben ikzelf.
Van 11 juni tot 6 juli student aan het Language Institute van de Damascus University. Een eerste lesdag, een klas vol internationalen en het leren van een nieuwe taal; het MSA (Modern Standard Arabic) ook wel bekend als Fusha. De taal die alleen in publieke formele situaties wordt gebruikt, door nieuwslezers wordt gesproken, maar door iedereen wordt geschreven. Thuis en op de straat spreekt men het het dialect (Colloquial / ِAmiyya) en begrijpt men soms niet eens het MSA. Het volgen van een cursus Amiyya is helaas alleen weggelegd als men de beginselen van het arabisch beheerst en op zijn minst kan lezen. Een studie Fusha dus en bij souvenirverkopers, de kapper en de pizzaplaats op de hoek het dialect blijven oefenen. Dat laatste is ook eenvoudiger omdat mijn vocabulaire een redelijk aantal woorden van het Amiyya kent (of uit de Egyptische taal die aanmerkelijk verschilt van het Arabisch dat in Syrie wordt gesproken) en mij ook begrijpt bij het gebruik van het verkeerde voorzetsel of net niet de juiste grammatica constructie.
Met een dagelijkse minibusrit -waarbij in en uitstappende mensen elkaar geen ruimte geven en de bus langzaam blijft doorrijden- verplaats ik mij van zondag tot en met donderdag naar het universiteitsterrein aan de andere kant van de stad. De eerste dagen een extra grote uitdaging omdat ik net de eerste letters van de buslijnen heb ontcijferd als ze al weer op weg zijn en ik het meerennen met langzaam rijdende bussen nog niet helemaal eigen ben. Vanuit een schaduwrijk bushokje dat dagelijkse ritueel aanschouwen was de eerste week dan ook amusanter dan eraan deelnemen.
Op de universiteit laat de docente weten streng te zijn met opgegeven huiswerk. Bij meer dan vier fouten in opdrachten of dictee moet men
snoep, chocolade of Arabische zoetigheid meebrengen. De eerste 10 dagen studeer ik met een ongekende discipline in de binnentuin van het hotel, oefen hier mijn uitspraak met enkele Arabische toeristen en maak luistertoetsen en tekstverklaringen. Maar vanaf het moment dat ik het Arabische schrift kan lezen (weliswaar niet vloeiend) werd de zelfstudie iets minder, trakteerde ik met regelmaat maar werd langzaam een onderdeel van de stad. In korte tijd veel vrienden gemaakt en de stad als mijn broekzak leren kennen. Zo goed zelfs, dat ik na drie weken iemand uit het hotel help aan een appartement in de 'oude stad' en de beste plaatsen wist (waar Syrische vrienden nog nooit van hadden gehoord) om het WK-voetbal te volgen. Een evenement dat ook hier op de voet wordt gevolgd
en waarbij Brazilie, Argentinie, Duitsland en Italie de favorieten zijn. Er is dan ook van alles te koop met de vlag en naam van de genoemde landen; key-cords, polsbandjes, T-shirts en foto's van de elftallen maar ook schoenen en jeans ontkomen niet aan de voetbalgekheid. Bij de finalewedstrijden zitten Syriers met gezichten geschminkt in de kleuren van de Italiaanse vlag (sommige hebben de strepen horizontaal) en ontstaan vechtpartijen met landgenoten die de andere teams supporten.

Naast het volgen van het WK ben ik te gast op feestjes bij mensen thuis, zie een optreden van funky band 'Le Gros Tube' in een ontruimd kantoor, een jazzfestival in de citadel van Damascus en concerten (waaronder Maqams et Creation: Eclats deSyrie) in het Al-Azam Palace. Iedere keer opnieuw uitgenodigd en mensen ontmoet die een entertainment scene willen creeren in Damascus en altijd toegangsbewijzen voor het volgende optreden op zak hebben. De studie als dagelijkse invulling van een deel van de dag 'leef' ik in een van de oudste steden ter wereld. Een geslaagde anderhalve maand!